Kloof tussen vrijwillige en gedwongen gezinsbegeleiding

Een rechter kan een ondertoezichtstelling (OTS) opleggen of verlengen, als in een gezin zulke ernstige opvoedingsproblemen voorkomen dat de ontwikkeling van het kind belemmerd wordt.
De maatregel wordt alleen opgelegd als de rechter vindt dat het noodzakelijk is dat het gezin verplichte hulpverlening krijgt. Dit gebeurt onder andere als ouders niet inzien dat hun gezin problemen heeft of als ze niet bereid zijn om vrijwillig mee te werken aan hulpverlening voor hun gezin. Het blijkt echter dat soms een OTS wordt opgelegd of verlengd, terwijl ouders zich best wel bewust zijn van de problemen en hiervoor hulp zouden willen ontvangen.Dit blijkt uit een onderzoek dat DSP-groep uitvoerde voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC; Justitie).
Het WODC wilde antwoord op de volgende drie vragen:
-
Waarom willen de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en een rechter de ondertoezichtstelling opleggen of verlengen, terwijl ouders doordrongen zijn van hun problemen en vrijwillig bereid zijn hulp te aanvaarden?
-
Welk aanbod is er aan vrijwillige, langdurige gezinsbegeleiding in verschillende regio’s?
-
Welke knelpunten zijn er bij deze vrijwillige hulpverlening?
Het is niet mogelijk gebleken om een exact aantal te noemen. Een grove schatting van dit soort gevallen op basis ons onderzoek is:
- Als de rechter een nieuwe OTS oplegt: 100 tot 300 ouders hadden ook vrijwillig hulp willen krijgen. Dat is 1 tot 3% van de ruim 10.500 nieuwe OTS-zaken.
- Als de rechter een OTS verlengt: 1900 tot 2850 ouders hadden ook vrijwillige hulp willen krijgen. Dat is 10 tot 15% van de ongeveer 19.000 verlengde OTS-zaken.
De rechter legt soms OTS op, terwijl ouders hebben aangegeven vrijwillige hulp te aanvaarden. De redenen hiervoor zijn onder andere:
- Ernst en aard van de problematiek en de bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige.
- Ouders willen wel vrijwillige meewerken aan hulpverlening maar kunnen het niet. Redenen hiervoor zijn de onmacht en beperkingen van ouders maar ook kenmerken van het aanbod in het vrijwillig kader.
- Falen van gezinsbegeleiding in het vrijwillig kader.
- Ontbreken van passend aanbod voor specifieke doelgroepen in het vrijwillig kader.
- Omgangs-OTS: zaken waarin ouders ruzie maken in een scheiding over de omgangsregeling met de kinderen
Bij een OTS is er een gezinsvoogd die ouders langdurig begeleidt. Maar in het vrijwillige kader is er nauwelijks dekkend aanbod dat overeenkomt met de taken van een gezinsvoogd. In de grote steden en de stadsregio's is vaak wel een gemeentelijk gefinancierd aanbod gezinscoaching. Dit lijkt het meest op het werk van de gezinsvoogd. In de interventies die we tegenkwamen in de inventarisatie van langdurige gezinsbegeleiding ontbreekt vooral de functie coördinatie van zorg en langdurige stut en steunhulp.
U kunt ons rapport downloaden, evenals een samenvatting.
We hebben telefonische en face-to-face interviews gehouden met Bureau Jeugdzorg (BJZ), de Raad voor de Kinderbescherming, gemeenten en de William Schrikkergroep. Daarnaast voerden we een dossieronderzoek en een documentenanalyse uit bij BJZ.
DSP-groep heeft veel kennis op het gebied van (aanbod van) vrijwillige en gedwongen gezinsbegeleiding. Voor meer informatie op dit onderzoek of andere vragen op dit gebied kunt u contact opnemen met Nelleke Hilhorst of Wendy Buysse.
