Op Familiescholen werken mensen op Champions League-niveau
Interview met Emma Poelman, senior adviseur DSP-groep
Weinig scholen zijn tegen kansengelijkheid in het onderwijs, maar wat vraagt dit in de praktijk? Hoe kun je als school de juiste omstandigheden voor je leerlingen creëren? Emma Poelman werkte vanuit DSP voor de Familiescholen in Amsterdam en zag hoe dichtbij zij bij gezinnen komen.
Je hebt de Amsterdamse Familiescholen twee jaar ondersteund en had al veel ervaring in onderwijsprojecten: waarin verschillen Familiescholen écht van andere scholen?
Emma: ‘Familiescholen vragen om een bepaald soort instelling. We noemen dat de Familieschool cultuur, die moet goed zijn. Docenten en directie moeten bereid zijn dingen anders aan te pakken, initiatieven aan elkaar te verbinden, elkaar durven aan te spreken en reflectief kunnen zijn. Dat vraagt veel energie en lef. Werken op een Familieschool is spelen op Champions League-niveau. Dat voel je gelijk als je de school binnenloopt. Op Familiescholen bruist het! Leerlingen, ouders en professionals uit de buurt lopen in en uit. Op basisscholen en middelbare scholen krijgt dat anders vorm, maar je voelt een soort openheid en betrokkenheid.’
Waar werken Familiescholen aan?
‘Familiescholen werken aan het vergroten van kansengelijkheid in het onderwijs door een goede relatie op te bouwen met leerlingen én hun gezinnen en samen te werken met organisaties die dichtbij de gezinnen staan. Als een kind thuis veel stress ervaart, is het moeilijker om op school geconcentreerd te zijn. Die stress moet weggenomen worden. Dat kan pas als de thuissituatie, de gemeente, de buurt en het onderwijs goed met elkaar blijven praten. Vaak lopen er al veel waardevolle subsidies en initiatieven; een goede Familieschool weet hier, met steun van de gemeente, samenhang in te brengen. Partijen, initiatieven en subsidies met elkaar verbinden is de ambitie, maar tegelijkertijd de grootste uitdaging. Want ja: hoe zorg je ervoor dat er zowel bestuurlijk als in de uitvoering dezelfde taal wordt gesproken? Dat een professional uit het buurtteam de uren krijgt om in de school te zitten en naar ouderavonden te gaan om zo een bekend gezicht te worden?’
Wat is een voorbeeld van een bestaand initiatief dat goed aansluit bij het streven naar kansengelijkheid?
‘De rol van de projectleider op een Familieschool is voor mij cruciaal. Scholen krijgen tegenwoordig met allerlei maatschappelijke vraagstukken te maken, terwijl hun eerste opdracht natuurlijk is om goed onderwijs te bieden. Op veel ‘gewone’ scholen is het daarom voortdurend zoeken naar de balans tussen aandacht voor leren en aandacht voor alles wat daarnaast speelt. Juist daar maakt een projectleider het verschil. Die werkt naast de directeur en is het aanspreekpunt en de coördinator voor thema’s die niet direct over leerprestaties gaan, zoals talentontwikkeling, veiligheid in en om de school en ouderbetrokkenheid. Die functie is onmisbaar om een Familieschool goed te laten functioneren, juist in een tijd waarin gemeenten en andere partijen veel van scholen vragen. De projectleider bewaakt dan de grote lijn, zet mensen in stelling en zorgt dat alles met elkaar verbonden blijft.’
Waarmee denk je dat jij de scholen de afgelopen jaren het meest hebt kunnen ondersteunen?
‘Ik heb veel verschillende dingen gedaan: voortgangsgesprekken gevoerd, geholpen bij het ontwikkelen van een kwaliteitskaart en een groot congres georganiseerd. Maar wat ik uiteindelijk het belangrijkste vond, was om heel goed te luisteren. Daarom vond ik die voortgangsgesprekken ook het meest waardevol. Je zit daar met een schooldirecteur, een projectleider en vaak een brugfunctionaris die echt goed zien wat er speelt. Luisteren, doorvragen en samen scherp krijgen waar het wringt, dat doet ertoe. Ik denk dat het voor scholen heel fijn is om te merken dat zij er niet alleen voor staan. Dat de gemeente betrokken is en dat wat zij signaleren, vervolgens ook op de agenda van beleidsmakers komt. Juist omdat ik in veel andere gemeenten werk, merk ik ook hoe vaak beleidsmakers toch best op afstand staan van wat er op school en in gezinnen gebeurt. Dan is het extra waardevol als scholen voelen dat er echt geluisterd wordt.’
Waar zie jij nog kansen liggen?
‘Ik zie veel kansen. Ook buiten Amsterdam. Voor mijn werk kom ik regelmatig op de Caribische delen van het Koninkrijk. Ook daar zouden Familiescholen veel kunnen betekenen. Maar ook in Nederland zie ik volop mogelijkheden. Bijvoorbeeld op scholen die werken aan een rijke schooldag. Juist daar liggen kansen om onderwijs en wijk sterker met elkaar te verbinden. Zodat het één geheel wordt. Ik denk dat een vorm van vakontwikkeling voor Familiescholen gericht op directeuren, projectleiders en brugfunctionarissen een volgende stap zou zijn. Want een Familieschool is geen methode, maar een cultuur waar je elke dag aan werkt.’
Meer weten?
Neem dan contact op met Emma. Ze staat je graag te woord!
Emma Poelman
“Je weet pas wat werkt als je het gaat doen.”