Sterke afspraken voor een veilige publieke taak
Veilige Publieke Taak (VPT)
Werknemers met een publieke taak moeten hun werk veilig kunnen doen, ofwel een Veilige Publieke Taak (VPT) kunnen uitoefenen. Toch krijgen zij in uiteenlopende sectoren – van politie en openbaar vervoer tot zorg, onderwijs, gemeenteambtenaren en burgemeesters – te maken met agressie en geweld. Politie en Openbaar Ministerie (OM) treden hiertegen op met de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA): een set werkafspraken die sinds 2010 is bedoeld om VPT-zaken eenduidig, effectief en zo snel mogelijk op te pakken, van aangifte tot vervolging en communicatie met slachtoffers.
Beknopte evaluatie DSP
Omdat eerdere evaluaties knelpunten lieten zien die nog niet overal waren opgelost, is in opdracht van het WODC en op aanvraag van het ministerie van Justitie en Veiligheid een beknopte evaluatie uitgevoerd (juni 2024 – januari 2025). Het onderzoek combineerde documentstudie met interviews en groepssessies met politie, OM, werkgevers, werknemers en slachtoffers, aangevuld met gesprekken met andere stakeholders.
Meerwaarde
De ELA blijken in de praktijk belangrijke meerwaarde te hebben: VPT-zaken krijgen vaker prioriteit en worden met meer focus behandeld, wat bijdraagt aan een snellere en gerichtere strafrechtelijke afhandeling. Tegelijkertijd beperken verschillende uitvoeringsknelpunten de effectiviteit en de ervaren rechtvaardigheid van het proces.
Belangrijkste knelpunten
De belangrijkste knelpunten die in deze evaluatie naar voren komen zijn onder meer:
- Informatievoorziening aan slachtoffers blijft achter: veel slachtoffers weten niet waar zij de actuele stand van hun zaak kunnen volgen; communicatie is vaak generiek en weinig persoonlijk.
- Werkgeversbetrokkenheid is te vrijblijvend en niet eenduidig: verwachtingen over aangifte, opvolging en uitkomsten sluiten niet altijd aan bij de strafrechtelijke werkelijkheid.
- Variatie in kwaliteit en snelheid van aangifte: verschillen tussen locaties en functionarissen kunnen drempels verhogen; soms wordt aangifte gedaan zonder duidelijke instemming van het slachtoffer.
- Onzekerheid over domicilie en (deels) anonieme aangifte: er bestaan uiteenlopende verwachtingen over wat juridisch kan, wat bijdraagt aan terughoudendheid en teleurstelling.
- Prioriteit is beperkt meetbaar en staat onder druk door capaciteit en zittingsruimte; lange doorlooptijden ondermijnen het gevoel van urgentie.
Oplossingsrichtingen
Oplossingsrichtingen liggen onder andere in: een gestandaardiseerd informatieblad voor slachtoffers en werkgevers (processtappen, rechten, realistische verwachtingen en vindbare contactpunten), duidelijkere inbedding van de werkgeversrol (bijv. via een protocol), standaardisering en training in het aangifteproces, en heldere uitleg over de mogelijkheden en beperkingen van domicilie en (deels) anonieme aangifte. Daarnaast is het advies om, waar passend, ook alternatieve (niet-strafrechtelijke) reacties te versterken, zoals stopgesprekken en herstelgerichte oplossingen. Het bij ieder incident ongeacht aard en ernst aangifte doen mag dan een symbolische waarde hebben, een oplossing voor het probleem is het niet en de strafrechtelijke keten kan het niet aan.
Conclusie
De ELA zijn een waardevol instrument om agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak zichtbaar prioriteit te geven binnen de strafrechtketen. Door gerichte verbeteringen in informatievoorziening, rolverdeling en uitvoeringskwaliteit kan de meerwaarde worden vergroot en kunnen slachtoffers en werkgevers zich beter geïnformeerd en ondersteund voelen. De huidige maatschappelijke en politieke aandacht voor VPT biedt een kans om de afspraken door te ontwikkelen en duurzaam te versterken.
Download hieronder het rapport en de samenvatting
Meer weten?
Manja Abraham
“Nieuwsgierig en kritisch.”