Uniek generiek
Het domein ‘generieke opsporing’ binnen het boa‑stelsel is groot, divers en essentieel voor de dagelijkse uitvoering van opsporingstaken in Nederland. Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat deze ‘restcategorie’ met meer dan 10.000 buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) complex en op onderdelen niet juist is ingericht, zowel juridisch als in de praktijk.
In opdracht van het WODC onderzochten DSP‑groep en De strafzaak hoe dit bestel functioneert. Daarbij is gekeken naar het juridisch kader (wet- en regelgeving en toekenning van bevoegdheden) en de praktische uitvoering binnen organisaties zoals politie, Douane, Dienst Vervoer en Ondersteuning (onderdeel van Dienst Justitiële Inrichtingen; DV&O) en Koninklijke Marechaussee (KMar). Het onderzoek combineert documentstudie, analyse van wetsteksten, enquêtes en interviews met betrokkenen.
Boa’s VI
Boa’s werkzaam in domein VI zijn voornamelijk werkzaam bij politie, Douane, DV&O en KMar. Zij identificeren zich niet primair als boa, maar noemen zich bijvoorbeeld intake-medewerker, recherche-assistent, analist, militair, douanemedewerker, bewaker, enzovoorts. De term boa verwijst niet naar een functie, maar naar de opsporingsbevoegdheid die aan een functionaris is toegekend, ten behoeve van de uitoefening van de reguliere taken die bij de functie horen. Een aanzienlijk deel van de boa’s-VI is bevoegd om bij hun optreden als boa politiebevoegdheden (geweldgebruik en fouillering) toe te passen en gewelds- en vrijheidsbeperkende middelen in te zetten.
Boa-stelsel
In Nederland werken ruim 20.000 boa’s in zes domeinen:
I. Openbare Ruimte
Aanpak van overlast, verloedering of veiligheid met focus op overtredingen die de leefbaarheid aantasten en niet zien op de openbare orde.
II. Milieu, welzijn en infrastructuur
Natuur en milieu, arbeidsinspectie, voedsel- en warencontroles, dierenwelzijn, openbare gezondheid, fysieke leefomgeving (zoals gebouwen, parken, schone lucht, rivieren, bossen) en infrastructuur.
III. Onderwijs
Handhaving Leerplichtwet en andere wet- en regelgeving die daarmee te maken heeft.
IV. Openbaar vervoer
Strafbare feiten opsporen binnen het domein openbaar vervoer.
V. Werk, Inkomen en Zorg
Strafrechtelijke handhaving op het gebied van werk, inkomen, belastingen en sociale zaken.
VI. Generieke Opsporing
Restcategorie boa’s met opsporingsbevoegdheid die gekoppeld is aan de taken die bij een functie horen.
Voor de boa’s in domein VI geldt – in tegenstelling tot de boa’s in de andere domeinen – niet een beperking tot een bepaald terrein of specialisme, of specifieke strafbare feiten. Zij zijn bevoegd opsporingsactiviteiten te verrichten naar strafbare feiten die verband houden met de uitoefening van hun functie.
Praktijk
Uit het onderzoek blijkt dat het stelsel functioneert doordat boa’s-VI met verschillende taken inzetbaar zijn en bijdragen aan efficiënte opsporing. Hun opsporingsbevoegdheid is gekoppeld aan hun reguliere werkzaamheden, waardoor zij kunnen optreden zodra zij bij de uitvoering van hun taken strafbare feiten signaleren. Tegelijkertijd kent deze constructie praktische knelpunten, bijvoorbeeld wanneer boa’s taken uitvoeren die niet onder hun functie vallen. Als ze dan opsporingshandelingen verrichten, handelen ze onrechtmatig. In de praktijk worden boa’s soms ingezet buiten hun formele taakomschrijving, en wordt opsporingsbevoegdheid toegepast in situaties waarin de juridische basis ontbreekt of onduidelijk is of mag worden opgespoord. De grote diversiteit aan functies, taken en werkgevers kunnen voor onduidelijkheid zorgen over bevoegdheden, bij zowel boa’s zelf als burgers.
Juridisch
Juridisch is de basis van het systeem op onderdelen houdbaar. Juridische knelpunten zijn er bijvoorbeeld over de wijze waarop politiebevoegdheden, waaronder de bevoegdheid om geweld te gebruiken, worden toegekend. Dat gebeurt nu voor een hele groep terwijl niet iedereen binnen die groep de bevoegdheden nodig heeft. Ook lijken bij bepaalde beslissingen tot toekenning van wapens en munitie door de minister van Justitie en Veiligheid bewapeningsvoorschriften te ontbreken. Verder is niet gemakkelijk vast te stellen of een bepaalde boa gerechtigd is tot toepassing van een specifiek geweldsmiddel en hoe dit te gebruiken. En er worden bij wet geen eisen gesteld aan de medische en mentale geschiktheid van de boa om met een bepaald wapen te mogen worden uitgerust.
Doorontwikkeling
Voor de doorontwikkeling van domein VI ligt de nadruk op aanscherping en verduidelijking. Belangrijke verbeterpunten zijn: het beter afbakenen voor welke functies opsporingsbevoegdheid nodig is, het differentiëren in toekenning van bevoegdheden en middelen, het verbeteren van registratie en kenbaarheid, en het versterken van toezicht en opleiding. Ook is heroverweging nodig van de rol van de boa‑constructie. Zo is denkbaar dat inzet van algemeen opsporingsambtenaren soms passender is.
De uitkomsten onderstrepen dat het huidige stelsel vraagt om fundamentele aanpassingen om juridisch houdbaar, uitlegbaar en effectief te blijven. DSP‑groep voerde dit onderzoek uit samen met De Strafzaak in opdracht van het WODC, als bijdrage aan deze doorontwikkeling.