‘No way dat ik hierheen ga in het donker’
Naast de felverlichte sportvelden van Sportpark De Eendracht loopt de kantine op woensdagavond langzaam vol. De wijkagent in zijn uniform, straatcoaches in rode hesjes, moeders van ‘Buurtmoeder kracht’ in reflecterende hesjes, die vanuit Slotervaart naar Geuzenveld zijn komen lopen – en natuurlijk, inwoners die hun jassen op deze koude winteravond nog even aanhouden. ‘Ik vond dit toch wel effe wat belangrijker dan een kerstbijeenkomst,’ zegt een man die thee inschenkt.
De inclusieve buurtschouw: nieuwe perspectieven op een plek
Inclusief beleid is beleid dat werkt voor iedereen. Bij DSP-groep hebben we veel ervaring met inclusieve onderzoeksmethoden, waaronder de inclusieve buurtschouw.
De inclusieve buurtschouw is een methode die is in te zetten op elke plek en in elke buurt of wijk in Nederland. Het is een methode om sociale veiligheid in buurten zichtbaar en bespreekbaar te maken. Waar traditionele buurtschouwen vooral kijken naar schoon, heel en veilig richt de Inclusieve Buurtschouw zich ook op de sociale kant van veiligheid. Voelen mensen zich prettig en welkom op een plek? Zijn er voldoende sociale ogen die bijdragen aan een gevoel van veiligheid? Met een zo divers mogelijke groep schouwen we de kwaliteit van de openbare ruimte en bevragen we deelnemers op twee onderdelen: hun veiligheidsbeleving van de buurt en de fysieke omgeving.
De kracht van de Inclusieve Buurtschouw ligt in het samen onderzoeken en in gesprek gaan. Zo levert de buurtschouw niet alleen waardevolle inzichten op, maar versterkt ze ook de sociale samenhang en het gevoel van eigenaarschap in de wijk.
Dit jaar voert DSP-groep in opdracht van de gemeente Amsterdam in elk stadsdeel een inclusieve buurtschouw uit. Benieuwd wat een buurtschouw in jouw gemeente of buurt kan opleveren? Neem contact op met tgnimavo@dsp-groep.nl.
Vergroten van veiligheidsgevoel
Als bijna alle veertig stoelen bezet zijn, heet gebiedsmakelaar Fouad Soubati de mensen namens het stadsdeel welkom. In de buurt zijn helaas meerdere meldingen van straatintimidatie gedaan. Het stadsdeel hoopt na deze inclusieve buurtschouw met een gerichte acties het veiligheidsgevoel te kunnen vergroten. Vanuit DSP-groep licht Tobias Gnimavo de avond en buurtschouw verder toe. Hij benadrukt dat deze schouw een initiatief van het stadsdeel en het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld is en specifiek over straatintimidatie en seksuele straatintimidatie gaat. Zijn er inwoners aanwezig die hun ervaringen hiermee willen delen?
Een vrouw van een jaar of zestig vertelt dat zij in de zomer vaak door de polder wandelt, maar dit niet meer durft omdat zij meerdere malen klemgereden is door fatbikes die haar vanaf de fiets bespuugden en trapten. ‘Ook in de winter zitten in de polder prachtige vogels, maar ik durf er niet meer te lopen.’
Een vrouw van rond de veertig geeft aan ook vaker klemgereden te zijn en ‘voor van alles uitgemaakt’. Zij fietst nu elke dag een andere route van haar werk naar huis in de wijk Eendracht. ‘En mijn vrouw en ik halen het niet in ons hoofd om hier hand in hand te lopen. Dan zijn we een te groot doelwit.’
Bewustwording en elkaar leren kennen
De aanwezigen luisteren aandachtig en Tobias bedankt hen voor het delen van hun ervaringen. Hij legt uit dat op de inclusieve buurtschouw straks zowel de beleving van specifieke plekken (‘Zou je hier alleen durven lopen?’) als de omgeving zelf centraal staat. Hoe is het zicht op deze plek, zijn er anderen, kun je uitwijken naar een ander pad als er iets gebeurt? Naast het benoemen van concrete oplossingen, is het doel om meer mensen bewust te maken van wat straatintimidatie en seksuele straatintimidatie op straat inhoudt en om elkaar beter te leren kennen, vertelt Tobias.
Dat laatste gebeurt zodra de mensen het sportterrein aflopen. ‘Gister was het hier nog gekkenhuis hoor,’ vertelt een van de straatcoaches aan een andere gebiedsmakelaar, ‘een paar gasten waren weer aan het racen en één auto vloog in de gracht. Die jongens hebben het gelukkig overleefd, maar ze zijn wel hun auto kwijt!’
Vage situaties en wel of niet melden
Op de eerste plek waar de groep stilstaat, een parkeerplaats naast het sportcomplex, gaat het eerst over de verlichting. Er zijn lantaarnpalen, maar het is nog steeds vrij donker, vinden de meeste mensen. Vaak hangen hier jongeren, er wordt geracet, gedeald, soms zitten er jonge vrouwen alleen in geparkeerde auto’s in de nacht. ‘Je weet dat er dingen gebeuren die niet oké zijn,’ vat een inwoner het samen. ‘Kijk, zoals dat groepje daar nu, met die flessen drank. Dat is toch gewoon vaag.’
De straatcoach merkt droogjes op dat dit toevallig jongens van de rugbyclub zijn, ‘de gasten die racen komen niet in Tesla’s hoor,’ maar dat hier inderdaad veel overlast is. Iemand weet te vertellen dat er eerder drempels zijn geplaatst, maar dat die nog niet tegen het racen hebben geholpen.
Een man vult aan dat hij als homoseksueel, als hij groepjes jongens in het donker bij elkaar ziet, ook de neiging heeft om te lopen. Hij is bang dat zij zien dat hij gay is en dingen zullen roepen.
‘Ik kwam eens terug van een festival en toen werd ik uitgescholden door een groep, dat heeft me wel angstiger gemaakt.’
Een andere bewoner vraagt of hij weleens een melding van een groepje heeft gemaakt. ‘Nee, goed punt. Ik denk omdat ik dan niet weet of ik dit alleen als onveilig ervaar of andere mensen ook.’
Altijd melden, weten een aantal anderen. Dan checken de straatcoaches of de wijkagent of het veilig is of niet.
Belang van uitwijkmogelijkheden, goed zicht en preventie
De twee plekken erna zijn iets meer de bebouwde kom uit.
‘De polder om de hoek is heerlijk, maar als het donker is loop ik in mijn straat heen en weer om aan mijn tienduizend stappen te komen,’ vertelt een vrouw aan een andere vrouw, ‘en in de winter is het al vroeg donker.’
De groep staat stil bij een bankje in een pikdonker park en bij het smalle bruggetje waarover voetgangers het park in moeten. Een enkel gezicht uit de groep licht op in het licht van een mobiele telefoon.
‘No way, dat ik hierheen ga in het donker,’ fluistert iemand. De aanwezigen komen tot de conclusie dat beide plekken onveilig voelen, omdat er geen uitwijkmogelijkheden zijn en dat het zicht niet goed is. ‘Je kunt niet goed inschatten wie je tegen zult komen.’
‘Wat me ook opvalt,’ zegt een jongere vrouw, ‘we staan hier al bijna 10 minuten en er is nog niemand voorbij gekomen. Onbewust weet je: als anderen hier niet komen, moet ik hier ook niet zijn.’
Op de brug zou intimidatie wellicht voorkomen kunnen worden door een slalomhek te plaatsen waardoor fatbikes minder hard kunnen. In het park vindt een aantal mensen dat meer gecontroleerd kan worden, ook overdag.
Het gesprek komt even op het belang van preventie en educatie aan jongeren. Aan de ene kant bestaat de straatintimidatie uit schelden en fysiek lastigvallen, maar soms zijn het ook gewoon mislukte versierpogingen, denkt de straatcoach. ‘Veel jongens weten oprecht niet dat wat ze naar dames roepen, niet de manier is om in contact te komen.’ Een belangrijk inzicht op deze locatie: de jongeren moeten ergens een plek hebben. Als zij niet in het park mogen zijn, verplaatsen zij zich naar de wijk. Daarover moeten we het gesprek hebben met elkaar.
Belang van terugkoppeling vanuit stadsdeel
Dan is het al tijd om naar de kantine terug te gaan. Ervaringen worden uitgewisseld. Het belang van melden blijkt voor een aantal inwoners een eyeopener en laagdrempeliger nu zij de wijkagent en straatcoaches kennen en de aanwezigen hopen dat het stadsdeel iets zal doen met het laaghangend fruit; de oplossingen die gemakkelijk te realiseren zijn.
‘Extra investeren in verlichting en inzet van handhaving en politie gebeurt vooral in het centrum, maar wij zijn ook inwoners van Amsterdam!’ verzucht een bewoner.
Alle aanwezigen ontvangen een samenvattend verslag van de schouw en een overzicht van de mogelijkheden om straatintimidatie te melden. Zodra duidelijk is wat mogelijk is, zal het stadsdeel de aanwezigen laten weten wat zij met de suggesties voor verbetering zal doen.
‘Helemaal ga je straatintimidatie niet oplossen natuurlijk,’ zegt de wijkagent die in zijn laatste kopje koffie van de dag roert, ‘maar als er bijvoorbeeld zo’n hekje voor die smalle brug komt, weten mensen: er is naar me geluisterd. Dat is belangrijker dan we denken.’
Tobias Gnimavo
“Met oprechte interesse en nieuwsgierigheid zoek ik de balans tussen het werkveld, de theorie en de burger.”