Heffing en inning van de diaspora tax voor Eritreeërs
2% tax
Vorig jaar heeft de Tweede kamer een resolutie aangenomen waarin de minister van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de 2% diaspora tax eens nader onder de loep te nemen in een aantal Europese landen (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2016). De diaspora tax is een belasting van de Eritrese overheid voor Eritreeërs in de diaspora. Daarop heeft de minister van Buitenlandse zaken onderzoeksbureau DSP-groep opdracht gegeven om een studie te verrichten naar de heffing en inning van de belasting in zeven Europese landen; een onderzoek dat samen met de Universiteit van Tilburg werd uitgevoerd.
Doel
Het doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de wijze en omvang van de belastingheffing en -inning van 2% tax in de verschillende Europese landen.
Resultaat
Een van de uitkomsten van dit onderzoek is dat de 2% tax door de Eritreeërs in de diaspora als verplicht wordt ervaren. Niet-naleving kan leiden tot een serie van gevolgen, zoals onthouding van consulaire diensten, het schenden van rechten en mogelijke bestraffing van familieleden in Eritrea. De heffing en inning gaan gepaard met dwang en intimidatie en is daarmee in de praktijk illegaal.
Ministers Koenders (Buitenlandse Zaken), Blok (Veiligheid en Justitie) en Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteerden het rapport een dag voor Prinsjesdag aan de Tweede Kamer. DSP-groep deed eerder onderzoek naar Eritrese organisaties en integratie.
Meer weten? Neem dan contact op met Paul van Soomeren. Hij vertelt u er graag meer over.
Download hier het rapport
Paul van Soomeren
“Rommel maken en rommel opruimen, wanorde stichten en orde in chaos scheppen.”