DSP voerde het eerste onderzoek uit naar de etnische diversiteit en inclusiviteit van de Nederlandse film- en audiovisuele sector. Een thema dat mede dankzij de huidige maatschappelijke heroriëntatie op ons (koloniale) verleden sterk actueel is geworden. Het is geen gemakkelijk thema en het onderzoek legt gevoeligheden bloot die duidelijk maken dat niet sprake is van één gemeenschappelijke belevingswereld binnen de sector. Het onderzoek laat ook kansen voor verbetering zien. Werknemers van kleur ervaren de mate van inclusie en sociale veiligheid in de sector totaal anders dan witte werknemers. En al komen personages van kleur wel in beeld, het vertelperspectief is bijna altijd wit.

Diversiteit

De Nederlandse film- en audiovisuele sector is ongeveer zo divers als de Nederlandse samenleving. Wel is er een groot verschil in diversiteit tussen fictie- en non-fictieproducties. In fictieproducties komen minder personages van kleur voor, in non-fictieproducties juist meer. De personages van kleur die voorkomen in een productie zijn bijna altijd jong en man. Rollen voor vrouwen van kleur ouder dan 40 jaar zijn een uitzondering. Verhalen worden bovendien bijna altijd verteld vanuit het perspectief van een wit personage. Met andere woorden: er zijn weliswaar personages van kleur, maar deze personages zijn ondergeschikt aan een wit perspectief.

Inclusiviteit

Ongeveer de helft van de enquêtedeelnemers vindt de sector niet inclusief en geeft bovendien aan dat de sociale veiligheid op de werkvloer onvoldoende is. De verschillende privileges of discriminerende factoren waar men mee te maken heeft, versterken elkaar. Oudere, witte mannelijke makers in een leidinggevende positie zijn het meest positief over de mate van inclusiviteit en sociale veiligheid. Terwijl jonge, vrouwelijke makers van kleur in een niet-leidinggevende positie het meest negatief oordelen over de inclusiviteit en de veiligheid van de werkomgeving.

‘Onze sector is inclusief,’ aldus oudere, witte mannelijke makers

Een van de belangrijkste oorzaken die door respondenten van de enquête en de interviews wordt genoemd, is dat mensen die beslissingen over beleid nemen vaak wit zijn. Uit het onderzoek blijkt dat witte makers de sector meer inclusief vinden en zij zullen dus minder geneigd zijn om veranderingen door te voeren. Ook lijkt schijninclusiviteit een probleem, bijvoorbeeld door tokenisme in producties. Tokenisme houdt in dat organisaties één persoon van een bepaalde etnische minderheidsgroep aannemen of casten voor een productie, die de schijn van diversiteit moet hooghouden binnen de organisatie. Daardoor lijkt het voor de buitenwereld alsof het wel goed zit met de diversiteit.

Er worden ook verbeteringen gezien. De onderwerpen diversiteit en inclusiviteit krijgen langzaamaan meer serieuze aandacht. De film- en audiovisuele sector wordt zich steeds meer bewust van het belang van diversiteit en inclusiviteit, en er lijkt meer instroom uit etnische minderheidsgroeperingen te zijn.

Aanpak

DSP-groep voerde dit onderzoek uit samen met de Universiteit Utrecht in opdracht van het ministerie van OCW. Om er voor te zorgen dat het perspectief vanuit diversiteit en inclusie geborgd was binnen het onderzoek maakten Vita Pical en Janissa Jacobs deel uit van het onderzoeksteam. Vita kent de AV-sector van binnenuit, als producer. Janissa geeft als expert diversiteit geletterdheid onder andere implicit bias-trainingen.

We gebruikten verschillende methoden voor dit onderzoek: een enquête die door bijna 700 makers is ingevuld (27% identificeert zich als van kleur*). We vroegen respondenten een persoonlijke ervaring te beschrijven waaruit blijkt of ze de sector als inclusief ervaren en deze ervaring zelf te duiden. Daarnaast hielden we diepte-interviews met makers en we analyseerden 100 Nederlandse producties.

 * De Nederlandse samenleving is zeer etnisch divers: er is een grote verscheidenheid aan etnische identiteiten. Diversiteit verschilt substantieel van inclusiviteit. Als diversiteit de mix van verschillen in aantallen beschrijft, beschrijft inclusiviteit hoe we met die verschillen omgaan. Dit onderzoek beantwoordt de vraag hoe representatief de Nederlandse film en audiovisuele sector is voor de Nederlandse samenleving en hoe inclusief de sector wordt ervaren door mensen die in deze sector werkzaam zijn. In dit onderzoek zijn respondenten gevraagd zelf aan te geven of ze zichzelf als van kleur identificeren en tot welke etnische groep zij zichzelf vinden horen. Op deze manier hebben we recht gedaan aan de beleefwereld van de respondenten en is voorkomen dat buitenstaanders voor een ander bepalen tot welke groep diegene hoort, met alle risico’s op bias van dien.

Afbeelding van David Condrey via Pixabay

Wilt u meer weten?

Bel of mail met Aline Petersen of Oberon Nauta