DSP-groep heeft in opdracht van het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (programma SISG) van de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan naar de behoeften van slachtoffers van seksueel geweld. Voor dit onderzoek heeft DSP gesprekken gevoerd met vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld die in begeleiding zijn (of waren) bij Stichting Together We Rise (TWR). TWR is een organisatie waar slachtoffers van seksueel geweld terecht kunnen voor hulp en ondersteuning.

We hebben de behoeften opgedeeld in 4 categorie├źn: emotioneel, psychologisch, praktisch en juridisch:

Belangrijkste conclusies uit het onderzoek

  • Belang van lotgenotencontact voor de slachtoffers
    Al onze respondenten hebben positieve ervaringen met gesprekken met mensen die een soortgelijke gebeurtenis hebben meegemaakt en zijn daarnaast ook begeleid door een ervaringsdeskundige. Dit heeft voor onze respondenten grote meerwaarde gehad.
  • Laagdrempelige toegang hulpverlening
    Onze respondenten hadden moeite om de juiste ondersteuning, hulp of hulpverlener te vinden. Uit het onderzoek leiden we af dat de informatie die beschikbaar is over het hulpaanbod meer gericht is op hulp direct nadat het seksueel geweld heeft plaatsgevonden. Voor slachtoffers die later hulp gaan zoeken, is vaak niet duidelijk welke hulp beschikbaar is.
  • Maatwerk hulpaanbod
    De meeste respondenten hebben pas op latere leeftijd hulp gezocht. Voor sommige slachtoffers is het te heftig om direct actie te ondernemen of ze realiseren zich pas later dat problemen die ze ervaren voortkomen uit ervaringen met seksueel geweld. Sommigen krijgen psychische klachten zoals een depressie of burn-out. Dat maakt dat slachtoffers soms pas jaren later hulp gaan zoeken. Bovendien hebben slachtoffers vaak verschillende soorten hulp nodig. Het is daarom cruciaal dat hulpverlenende partijen goed op de hoogte zijn van het bestaande hulpaanbod om snel door te verwijzen en het slachtoffer te voorzien van het benodigde brede palet aan hulpverlening.

Slachtoffers

De meeste respondenten zijn pas op latere leeftijd hulp gaan zoeken voor seksueel geweld dat in de kindertijd heeft plaatsgevonden, onder meer omdat ze pas op latere leeftijd te maken kregen met problematiek die voortkwam uit het slachtofferschap. We kunnen niet zeggen of de onderzoeksresultaten gelden voor alle slachtoffers van seksueel geweld, maar we hebben het in dit onderzoek wel over een doelgroep die vaak onderbelicht blijft en erg belangrijk is.

Uit literatuur blijkt dat vrouwen gemiddeld 16 jaar wachten tot ze uit eigen beweging met iemand over hun ervaring praten. In eerste instantie vaak omdat schaamte en schuldgevoelens te groot zijn, maar later omdat ze geen verband meer leggen tussen hun klachten en traumatische ervaring (Van Oosten et al., 2017; Read et al., 2006).

Eerdere behoefteonderzoeken in opdracht van het programma SISG richtten zich voornamelijk op behoeften van slachtoffers wiens ervaring korter geleden was. Daarmee vormt het huidige onderzoek een waardevolle aanvulling op eerdere behoeftenonderzoeken.

Aanbod in Amsterdam

Naast het in kaart brengen van de hulpbehoeften van slachtoffers van seksueel geweld hebben we ook onderzocht welke hulpverlening er in Amsterdam is en wat er door slachtoffers gemist wordt in het aanbod. We zien dat er voor sommige slachtoffers geen aanbod is, maar ook dat er soms wel aanbod is, maar dit niet altijd makkelijk vindbaar is voor slachtoffers. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar het rapport en de factsheet die te downloaden zijn via de link onderaan deze pagina. Bij vragen over het onderzoek kun je contact opnemen met Aline Petersen of Nina Faulstich.

Meer lezen?

Meer weten over dit onderzoek naar de behoeften van slachtoffers van seksueel geweld?

Neem dan contact op met Aline Petersen of Nina Faulstich. Ze vertellen je er graag meer over.