Grenstoezicht in het Caribisch deel van het Koninkrijk
DSP‑groep heeft in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) twee samenhangende evaluaties uitgevoerd naar het grenstoezicht in het Caribische deel van het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Het gaat om de evaluatie van het Protocol inzake de Versterking van het Grenstoezicht (hierna: Protocol versterking grenstoezicht) en de evaluatie van het Protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee (kort: Protocol flexpool KMar).
Het Protocol flexpool KMar
Het Protocol flexpool KMar bestaat sinds 2008 en voorziet in de inzet van 43 VTE KMar‑personeel in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (ACS) op de volgende taakgebieden:
- grensbewaking
- politietaken op luchthavens en maritieme grenzen
- de bestrijding van drugs‑ en wapencriminaliteit aan de grenzen
- de aanpak van migratiecriminaliteit, zoals mensenhandel en mensensmokkel
Het Protocol versterking grenstoezicht
Het Protocol versterking grenstoezicht bouwt voort op het Protocol flexpool KMar en beoogt een projectmatige en samenhangende integrale versterking van het grenstoezicht. Onder meer door het beschikbaar stellen van financiële middelen en extra capaciteit van de KMar en Douane Nederland. En door bij te dragen aan de samenwerking tussen de (grens)diensten in de Caribische landen, waaronder douane, immigratiedienst, kustwacht en politie.
Afspraken en Nederlandse inzet
Beide evaluaties richten zich op de vraag in hoeverre de afspraken uit de Protocollen in de praktijk functioneren en hoe de Nederlandse inzet via deze Protocollen vorm krijgt. Daarbij is gekeken naar de inzet van capaciteit en middelen, de wijze van samenwerking tussen betrokken partijen en de samenhang tussen beide Protocollen. De evaluatie van het Protocol versterking grenstoezicht wordt benut bij de besluitvorming over een mogelijke verlenging van dit Protocol.
Onderzoek DSP-groep
Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van documentanalyse (waaronder protocollen, plannen van aanpak en voortgangsrapportages) en interviews met meer dan 50 respondenten van betrokken ministeries, uitvoeringsdiensten en samenwerkingspartners in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Vanwege de sterke samenhang tussen beide Protocollen zijn de evaluaties in nauwe samenhang uitgevoerd, met gezamenlijke interviews en analyse, en gerapporteerd in twee afzonderlijke evaluatierapporten.
Met deze evaluaties is voldaan aan de evaluatieplicht van beide Protocollen. Daarnaast bieden de evaluaties input voor beleidsmatige afwegingen over de toekomstige inrichting van de samenwerking en de inzet van de KMar en Douane Nederland in het grenstoezicht in het Caribisch deel van het Koninkrijk.