Onderzoek naar boa’s

Voor toezichts- en handhavingstaken, evenals voor het opsporen van (bepaalde) strafbare feiten, worden naast de politie (algemene opsporingsambtenaren) ook buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) ingezet. Deze boa’s vervullen een steeds belangrijkere rol en zijn ondertussen niet meer weg te denken uit het totale palet van toezicht en handhaving. DSP deed in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek naar de taken en werkomstandigheden van boa’s en de samenwerking met de politie.

De uitkomsten van het onderzoek, dat ingaat op boa’s in domein 1 (openbare ruimte), 2 (infra en milieu, o.a. de groene boa) en 4 (openbaar vervoer),  zijn gebaseerd op documenten, interviews met landelijke stakeholders (waaronder ministeries, OM, politie, VNG, bonden), registraties, enquêtes onder boa’s en werkgevers, interviews met stakeholders in vier casussen (gemeenten, natuurbeheerorganisatie, ov bedrijf), en een focusgroep. 

Dé boa bestaat niet 

Het boa-landschap is complex, omvangrijk en zeer divers. De boa’s werken in verschillende domeinen en voor verschillende opdrachtgevers (onder andere in gemeenten, maar ook in natuurgebieden en in en rond het openbaar vervoer) en hebben uiteenlopende taken en bevoegdheden. Desondanks gaat de aandacht vooral uit naar de gemeentelijke boa’s in domein 1 (openbare ruimte). 

Veiligheid van boa’s

Dat boa’s net als andere beroepsgroepen met een publieke taak slachtoffer worden van agressie en geweld ligt – hoe pijnlijk dit ook moge zijn – in de lijn der verwachtingen. Boakomen dan ook de nodige problemen tegen in hun werk, zoals agressie en geweld van burgers. Volgens de enquête onder boa’s wordt bijna elke boa geconfronteerd met verbaal geweld, en meer dan de helft met fysieke agressie. Ook boa’s vinden dat er flink ruimte voor verbetering is om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Werkgevers kunnen daarin een grotere rol spelen – samen met ketenpartners, waaronder de politie. 

Geweldsmiddelen voor boa’s

De pilot wapenstok is volop in het nieuws. In het onderzoek bleek dat de behoeften aan (meer) bewapening bij boa’s en hun werkgevers zeer uiteenlopend zijn. De een vindt de mond zijn belangrijkste wapen, de ander wil met een wapenstok mogelijke belagers afschrikken en op afstand houden.  

Boa-taken of politietaken 

Er is een overlap in de taken van boa’s en die van de politie; dat is wettelijk al zo vastgesteld (beide zijn bijvoorbeeld opsporingsambtenaren). Grofweg kan wel worden gesteld dat openbare ruimte voor de boa is en openbare orde voor de politie. Maar het is dus niet zo dat er een strakke lijn ligt waar de taken zich scheiden.

Bovendien is de realiteit daar ook niet naar, omdat overlastgevende personen ook kunnen doorslaan naar strafbaar gedrag, natuurgebieden ook te maken hebben met stroperij en drugsdumpingen, en overlastgevende personen zich ook van het station naar het voorliggend plein verplaatsen. Dat maakt de zaak in de praktijk niet altijd even duidelijk. Er zijn wel duidelijke ontwikkelingen te zien: boa’s pakken in de laatste jaren steeds vaker taken op waar de politie minder aan toekomt.  Er dient – wederzijds – te worden geïnvesteerd in een verbeterde samenwerking met de politie. 

Corona 

Tijdens het onderzoek brak de coronacrisis uit. Vanaf het begin van de coronacrisis wordt er – vooral in gemeenten – een beroep gedaan op boa’s voor de handhaving van maatregelen. Dit leidde er volgens de enquête toe dat boa’s nog vaker dan normaal verbale agressie, intimidatie en fysieke agressie meemaken. Zowel boa’s als hun werkgevers geven ze aan dat er door deze crisis nauwer wordt samengewerkt met ketenpartners, zoals de politie: de lijnen zijn korter en er wordt meer informatie gedeeld.

Meer informatie over dit onderzoek naar boa's?

Neem gerust contact op met Manja Abraham of Paul van Soomeren. Ze staan je graag te woord.